Rob van der Hilst

Rob van der Hilst (Rotterdam, 1952) studeerde aan de HKU en UU. Hij woont, werkt en fietst in Utrecht

Over Rob

Rob (Robert Alexander) van der Hilst: geboren op 2 maart 1952 in Rotterdam als zoon - eerste kind - van Frans van der Hilst en Neeltje Bos, beiden ondernemer. Oudste broer van Chantal van der Hilst en Roland van der Hilst. Oom van Brent en Dionne van der Hilst de (nog kleine) kinderen van Roland en Marjon van der Hilst. Tevens buurman, buurt- en stadgenoot, collega, kennis, vriend, medebestuurder en sociëteitsgenoot van menigeen die in zijn/haar leven en werk er - minstens - het beste van wil maken.

Opgeleid, na een aanloop bij een pedagogische academie ('kweekschool') in Rotterdam, aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek in Utrecht met inbegrip van colleges letteren/muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Dit was een 'keuzecompromis' wegens verregaande interesses - nog steeds - in andere kennis- en potentiële kundeterreinen: sociologie, filosofie, theologie, psychologie, kunsten, economie, politicologie, rechten en historie.

Tijdens deze studies benoemd tot organist van de (inmiddels voormalige) vrijzinnig-protestantse gemeente in de Leeuwenberghkerk in Utrecht; als vaste redactiemedewerker aangezocht door het dagblad Trouw, later ook door Le Monde en Washington Post (muziek, cultuur, algemene nieuwsgaring). In aansluiting hierop benoemd tot hoofdredacteur van het klassieke muziektijdschrift Mens & Melodie. In dezelfde periode regelmatig aangetrokken als marketing- en communicatieadviseur (vaak) voor bedrijfsstarters, als ook culturele en welzijnsinstellingen.

Is vele jaren actief lid van de politieke partij D66: was vice-bestuursvoorzitter van de D66regio Utrecht (provincie), bestuursvoorzitter van de afdeling-Utrecht (stad) en is voorzitter van de landelijke themagroep cultuur & media van de sociaal-liberale partij.

Bedenker, initiatiefnemer, programmeur en/of organisator van oorspronkelijke initiatieven en manifestaties op cultureel gebied. Zoals concerten tijdens de viering van 400 jaar Unie van Utrecht 1579-1979, het Bachjaar/Europees Muziekjaar 1985, driehonderd jaar Vrede van Utrecht (in 2013), manifestatie rond 750 jaar gotische Dom van Utrecht, Reincken Festival in Deventer, 700 jaar Nieuwe Kerk in Amsterdam en de Stadsdag Utrecht (richting 2022, dan 900 jaar stad).

Op basis van eigen onderzoeksresultaten animateur van eerste uitvoeringen - nu eens 'verlaat' dan weer herhaald, meestal na langdurige vergetelheid - van onbekende composities van o.a. J.Psz.Sweelinck, J.S. en C.Ph.E. Bach, F.Mendelssohn Bartholdy, A.Bruckner, H.Andriessen en zelfs van 20ste eeuwer O.Messiaen. Dit begon als liefhebberij maar ontwikkelde zich tot professionele doening.

Hiernaast bestuurder van verschillende maatschappelijke organisaties. Momenteel is dit het bestuursvoorzitterschap van activiteiten- en vergadercentrum De Kargadoor in Utrecht (www.kargadoor.nl). Tevens actief als co-programmeur voor culturele activiteiten in Utrechts 142 jaar jonge sociëteit De Vereeniging (www.vereeniging.nl).

Rob woont (solo), werkt en fietst in Utrecht.

Kan er nog meer aan persoonlijks te melden zijn? Ja. Maar vraag dit zelf in een persoonlijk contact.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

AFFECTIES ?

Wat bovenop en in mijn NACHTKASTJE ligt: de (geannoteerde: eindelijk!) biografie uit 1828 van Georg Nikolaus Nissen over Wolfgang Amadé Mozart; Hans Achterhuis' (nog steeds) schokkende 'De utopie van de vrije markt'; Arjan Erkels 'Generatie YEP' (daar gaan we wat mee doen in de Kargadoor);  Vasalis' laatste en verleidend-innemende gedichten 'De oude kustlijn'. En -dit is echt leuk- 'Populair Frans-Nederlands' over het Frans 'dat u op school nooit leerde' (oftewel alledaags, rechttoe-rechtaan Frans, het argot) en de ronduit tintelende studie over laat-18de eeuwse Franse sociëteiten van Philipp Blom ('Het verdorven genootschap'). 

Kostelijk is de Albert Einstein-biografie van Walter Isaacson - het natuurkundige genie betreurde dat hij zijn leven lang slecht in wiskunde was! - waarin de auteur mij (die toch echt geen bèta-mens is) zowaar weet te verleiden om in de kernabstracta van de natuurkunde te gaan rondzwemmen. Einstein: een mens in wie het kind altijd overeind is gebleven, ondanks alle aanvallen daarop. Geweldig.  

En eveneens natuurlijk, partituren en zakpartituren met composities van Johann Lemckert, Ralph Vaughan Williams, Maurice Ravel, Olivier Messiaen, Jean-Philippe Rameau, Igor Stravinsky, Jean Sibelius, Anton Bruckner en (altijd) Johann Sebastian Bach. Ze komen allemaal, niet-zelden opnieuw en in afwisseling natuurlijk, aan bod. Het innerlijk luisteren-lezen ervan gaat mij nog steeds goed af merk ik. 

En momenteel voor in de afspeler bij mijn bed een stapeltje CD's met nieuwe Monteverdi's, Rameau's, (M.-A.) Charpentier, Reger's ongelofelijk complexe, lange maar wel meeslepende strijkwartetten. Nog steeds Sibelius' Tweede door het KCO olv Janssons mèt partituur erbij (vanwege dat 'rare' eerste deel: Wat Gebeurt Daar Toch? Ik ben er nog steeds niet uit).

Ik beluister vaak en veel (avond, nacht) Radio4programma's, al verbaas ik mij wel over de achterhaalde begeleidende informatiemeuk die door presentatoren regelmatig in de ether wordt geslingerd. Aan research doen ze blijkbaar niet of nauwelijks bij Radio4 of beleidsmakers daar willen er geen geld voor vrijmaken, wat hiervoor wel de meest waarschijnlijke verklaring is. Raar.

Voor in mijn koffer, indien ik ooit verbannen zou worden naar dat Onbewoonde Eiland: álles van J.S.Bach, álles van Anton Bruckner en álles van Olivier Messiaen. Allemaal op Cd natuurlijk met partituren erbij, plus nog een boel 'losse' stukken.

Zoals zijn: de nieuwe opera 'Suster Bertken' van Rob Zuidam, de Études voor piano en orkest van Peter Schat, Turangualîla-symfonie en Quatuor pour le Fin du Temps van Olivier Messiaen, de cyclus Membra Jesu Nostri van Dieterich Buxtehude, het Concert voor orkest van Bàrtok Bela, het onder-de-huid-kruipende Concert in c van Baldassare Galuppi, de 4de symfonie en vijf orkeststukken van Dmitri Sjostakovitsj, Josquin's Nymphes des Boys, de nuchter-verheven Sonata da Chiesa en de liefdeshymne Magna res est amor van Hendrik Andriessen, Rameau's Entrée de Polymnie uit de opera Les Boréades (zo klinkt het wanneer goden verschijnen), de dramatische 6de symfonie van Gustav Mahler en diens bedwelmende Rückertliederen (graag door Kathleen Ferrier dus) 

En....natuurlijk Gerry Rafferty's Baker Street: zijn liedje - meer ballade - ontroert mij nog steeds. Het is in zekere zin behoorlijk biografisch, althans wat mijn tienerjaren betreft.