Analyse van en Visie op de renaissance van Utrecht
De jonge Utrechtse architect Tim van Caubergh schreef een inleidende tekst bij een projectvoorstel - 'De Spreekstoel' geheten - dat een analyse van en visie op de stad Utrecht bevat dat niet alleen met in dept valt te kwalificeren, maar ook met helder, loepzuiver. En dat tot en met inspireert. (www.timvancaubergh.nl)
Utrecht verkeert, na eeuwen van stagnatie op allerlei terreinen, al zo'n vijftig jaar in een vernieuwingsproces dat zonder meer met renaissance, hergeboorte valt te kenschetsen: de Utrechtse Renaissance dat de ontwikkeling van de Domstad tot een van de aantrekkelijkste plaatsen van ons land vrij adequaat aangeeft.
Het betoog van de 27jarige uitoefenaar van organische architectuur (zelfbetiteling) zal menig Utrechter de mogelijkheid bieden om vooral 'mentaal mee te gaan' in deze fascinerende ontwikkeling. Opdat daarmee schoonschip gemaakt worde met het Ons-Lullige-Staatsiesyndroom dat zich van generatie op generatie in Utrecht heeft kunnen invreten. Wat een enorme winst betekent...
(…)
Lange tijd heeft Utrecht zich laten overschaduwen door haar eigen geschiedenis. De Domtoren, symbool van haar economische, politieke, godsdienstige en culturele macht als bisdom, herinnert ons daaraan. Maar het gaat wel om verloren macht. De Domkerk zelf doet dit nog in sterker mate. Het werd ooit door een orkaan gedeeltelijk verwoest, het schipgedeelte, dat echter nooit herbouwd werd. Tot op de huidige dag is de Domkerk slechts bouwfragment. Symbool in steen van een stad die haar zelfvertrouwen verloor.
Vanaf de vroege middeleeuwen leidden missionarissen vanuit Utrecht een cultuuroffensief in vrijwel geheel noordelijk Europa: kerken werden (overal) gesticht, scholen gebouwd, land ontgonnen op rivieroevers en zelfs op zee gewonnen en voor landbouw geschikt gemaakt. Rond zulke centra ontstond bebouwing: het begin van steden, de geboorte van stedelingen, met nijverheid en handel die intensief verkeer en uitwisseling op gang brachten. Natuur in cultuur gebracht, beschaving gesticht.
En dit alles naar het voorbeeld van wat in Utrecht zelf gebeurde.
Utrecht, waar op het wapenschild van de stad de afgesneden mantel van Sint Maarten prijkt: een veelbetekende keuze van het voorgeslacht voor het eigen stadsymbool. Door zijn eigen kledij te klieven hielp deze Romeinse officier een zwerver om zich te wapenen tegen de kou. Uiting van barmhartigheid, van zin om te beschermen waar het nodig is. Deze geest tekent de stad, ook nu in zoiets schijnbaar abstracts als ‘wijkgericht werken’ (de menselijke maat in ere houden in een uitdijende samenleving). Deze gezindheid loopt dwars door alle politieke partijen in de Utrechtse raad heen.
De afgelopen decennia is Utrecht in opkomst. In feite, terug van weggeweest. De stad durft het geleidelijk aan om groter te denken: Leidsche Rijn in aanbouw, Hoog Catharijne en Muziekcentrum Vredenburg vernieuwd, kenniscentrum De Uithof verder in ontwikkeling gebracht en dan de ingrijpende herstructurering van het stationsgebied. Het zijn gebaren die ook op Europees niveau indruk maken, waarin de inspirerende woorden van Utrechts beeldend kunstenaar Dick Bruna doorklinken: “De maat van de stad, niet te groot en niet te klein, is ook mijn maat. Terwijl die enorme Dom mij eraan herinnert om mijn gebaren als maker zeg maar groot te houden, niet petiterig.”
Staan in kracht: inmiddels Utrechtse normaliteit.
De aanloop naar Utrecht–Europese culturele hoofdstad 2018 en het 900jarige bestaan van Utrecht als stad in 2022 bieden kansen om ons ook als cultuurstad Europa-breed te manifesteren, zeg maar als ‘culturele grootmacht’. De voorwaarden hiertoe zijn er, vooral van grootschalige aard: zoals het jaarlijkse Festival Oude Muziek dat Utrecht tot World Capital of Early Music heeft gemaakt en het Nederlands Film Festival dat de motor is van de enorme bloei van de film in een relatief klein taal- en distributiegebied als het onze. En dit is nog maar het topje.
De meer dan 30.000 studenten vormen ruim tien procent van de Utrechtse bevolking, die opgeleid worden op de grootste universiteit en de grootste hogescholen van Nederland. Sinds haar ontstaan in 1636 is de Utrechtse universiteit een trekpleister voor internationale studenten en hoogleraren, want uitwijkplaats in een Europa dat meermalen door oorlogen werd verscheurd. Utrecht, waarin zowel de grondslag van de Nederlandse staat werd gelegd (1579, Unie van Utrecht) en waar twee verstrekkende internationale vredesverdragen werden gesloten (Vrede van Utrecht van 1474 en van 1713): plaats waar een vrij land tot stand kwam en vrede breeduit is gesticht.
Was Utrecht zeer lange tijd slechts plek om te studeren en niet meer: al zo’n halve eeuw is het een zeer gewilde plek om te wonen en te werken. Door haar hoogopgeleide bevolking is de stad favoriete vestigingsplaats voor vernieuwende bedrijven en onderzoeksinstituten. Utrecht groeit in de komende decennia tot een bevolkingssvolume van 600duizend inwoners.
Maar toename van tal betekent toename van last. Kunnen in een massamaatschappij humane waarden nog wel stand houden?
Cultuur, het gemenebest van onderwijs, wetenschap, kunsten, godsdiensten en filosofie dat als vanouds menselijk leven beschaafd maakt, ligt in de kern diep in Utrecht verankerd. Als zodanig kunnen wij hiermee een voortrekkersrol vervullen om het ‘als vanouds’ uit te dragen naar de Europese en zelfs wereldbevolking. Hierin inspireren en leidden in een tijdperk waarin de mensheid zich geconfronteerd ziet met grote opgaven die gaan bepalen hoe wij zullen voortbestaan. Dit gaat verder dan het slechts herorganiseren van energiewinning, de verdeling en gebruik (niet vérbruik) van hulpbronnen, van voedsel en van water.
In een rap tempo veranderen leefculturen zich: het kosmopolitiseren en nivelleren ervan in een uitdijende wereldbevolking nopen tot het vinden van een hernieuwd evenwicht tussen de microcosmos van de eigen groep waarin mensen zich veilig weten en de macrocosmos van een opengebroken (letterlijk) grenzenloze samenleving.
Dit proces is allang gaande en niet zonder effecten, waaronder zeer kritische.
Humane waarden in stand houden. De stichting Vrede van Utrecht (1713-2013) verwoordde hiertoe drie, nochtans bescheiden, uitgangspunten ’The Utrecht Principles’: respect voor culturele, etnische en religieuze diversiteit, de kracht van kunst en cultuur voor sociale duurzaamheid en uitwisseling van kennis en ervaring ten behoeve van maatschappelijke samenhang en vernieuwing. Inspiratie putten vanuit een levend besef van een groots cultureel en humaan verleden willen wij hieraan toevoegen.
Wie in de stadsgemeenschap Utrecht voor vast of tijdelijk verkeert die is daar in feite ambassadeur van. Vooral wat betreft van de historisch gegronde waarden die de stad maken tot wat het is. Echter het papier (en het scherm) waarop zij staan zijn weliswaar geduldig, maar kunnen ze niet echt ‘levend’ maken laat staan houden. Daarvoor moet meer uit de kast worden gehaald. Zoals een eigen en geëigende plek waarop zij, op geëigende momenten, keer op keer en in allerlei vormen gearticuleerd worden door voortrekkers in het onderwijs, de wetenschap, de kunsten, de godsdiensten en de filosofie.
Zij krijgen hiertoe een openbaar podium of beter een spreekgestoelte die alleen al door zijn fysieke aanwezigheid bij voortduring de Utrechtse principes van een humaan en gecultiveerd samenleven articuleert: een Spreekstoel (….)
Utrecht, augustus 2011 - Tim van Caubergh, organische architectuur
Dank aan de auteur voor zijn toestemming om bovenstaande tekst op deze site te mogen publiceren
Recensies
Recensies