Rob van der Hilst

Rob van der Hilst (Rotterdam, 1952) studeerde aan de HKU en UU. Hij woont, werkt en fietst in Utrecht
09/092011

Debussy-serie Radio4 van start

Geplaatst in Recensies - Muziek

RADIOCONCERT - Omdat bij (live-)radiouitzendingen van concerten er nu eenmaal méér thuisluisteraars getuige van zijn dan de bezoekers in de betreffende concertzaal, zal ik in deze website-rubriek regelmatig recensies over radioconcerten publiceren.

'Beoordelende muziekjournalistiek' is sinds de 1980er jaren een van mijn beroepsmatige activiteiten. Veel leesplezier en, als het even meezit, inspiratie toegewenst!

De Avro/Tros radioconcertserie 'De Vrijdag van Vredenburg' - gehouden in de tijdelijke zogeheten 'Rode Doos' van het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg, dat momenteel wordt herbouwd - kent in het nieuwe seizoen 2011-2012 een mooie programmalijn.

Ter gelegenheid van de 150ste geboortedag in 2012 van de Franse componist Claude Debussy (1862-1918) is een serie geprogrammeerd waarin Debussy's muziek centraal staat. Wat betekent dat daarin ook muziek van andere componisten uit (letterlijk en figuurlijk) Debussy's omgeving aan bod zullen komen.

Dit was al op het eerste concert van de serie, op vrijdagavond 9 september 2011, het geval. Het Radio Philharmonisch Orkest, dat onder leiding stond van de 84jarige Franse dirigent Serge Baudo, voerde werken uit van Debussy, Maurice Ravel en Francis Poulenc.

Van eerstgenoemde diens Six Épigraphes antiques, oorspronkelijk voor piano-vierhandig bedoeld, in de orkestratie van de Nederlandse componist (en vervent Debussyliefhebber) Rudolph Escher, dit was aan het begin van het concert. En Debussy's zinnelijk-mysterieuze Trois Nocturnes als slot ervan. Waarbij Ravel's pianoconcert voor de linkerhand vóór de pauze klonk en Poulenc's Litanies à la vierge noire, in de versie met orkest, meteen daarna. Een mooie programmacompositie niet alleen op papier maar ook/nog meer als luisterrealiteit bij de radio thuis (en ongetwijfeld ook in de concertzaal).

FRANS?

Wat is eigenlijk nu zo Frans aan Franse klassieke muziek, in dit geval orkestmuziek uit pakweg de eerste helft van de twintigste eeuw waarin met solide compositieregels van weleer (19de eeuw), zeker wat compositievormen betreft, vriendelijk geformuleerd een loopje is genomen?

Allereerst door een niet-aflatende tendens van helderheid en doorzichtigheid. Maar ook omdat het over muziek gaat waarin zowel het verhevene als het speelse om-en-om tuimelen. Deze Franse muziek lijkt er slechts omwille van de muziek zelf te zijn (ook in gevallen van literaire en religieuze titels en becomponeerde teksten) en waarin het element-klankkleur uit en te na wordt verkend en op allerlei manieren uitgebuit.

Dit laatste kwam al meteen aan de orde in Debussy's Épigraphes, waarvan in dit geval alleen 'de noten' van Debussy's hand zijn, maar waarbij het toch vooral de fenomenale instrumentatiekunst van Rudolph Escher is die de wijkende aard van de zes relatief korte compositiestukken recht deed. Baudo en zijn orkestmusici gaven hier puntgaaf gestalte aan.

Immers bij Debussy - die al bij zijn leven, en dit tot zijn afgrijzen, geafficheerd werd als 'impressionist' naar de bekende Franse beeldende kunststroming in zijn dagen - gaat het toch vooral en voor alles om 'sfeer'. Toen hij eens in Rouen een voorstelling van zijn enige voltooide opera Pelléas et Mélisande had bijgewoond en niet lang daarna erover bevraagd werd, met wat hij daarvan vond, zei Debussy 'verschrikkelijk, je kon alles horen'. Ik bedoel maar.

Alles viel (letterlijk) te horen in Ravel's pianoconcert voor de linkerhand waarin de Russische pianist Nikolai Lugansky soleerde, en dit geheel conform de bedoeling van de componist. Het stuk was in opdracht geschreven voor de rijke Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein - broer van de beroemde filosoof Ludwig - die ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm had verloren. Na ontvangst van Ravel's handgeschreven partituur besloot de eigenzinnige Wittgenstein om de compositie hier en daar wat (lees: ingrijpend) om te werken, wat tot een regelrechte ruzie met Ravel leidde. Affaire, met hoofdletter, geboren! Ravel besloot hierop om zijn, en enige echte versie van het concert dus zo snel als het maar kon te doen publiceren. Het was dan ook deze versie die in Utrechts 'Rode Doos' klonk.

Ravel die met de precisie van een Zwitsers uurwerk zijn muzikale gedachten op papier pleegde te zetten - een even geinige als kritische kwalificatie van een tijdgenoot trouwens - werd door Lugansky geheel op zijn wenken bediend. Zowel in gedeelten van het concert waarin verdroming asn de orde is, als in andere waarin het muzikale betoog temperamentvol, recht toe-recht aan geacht wordt te klinken was en bleef het helderheid alom. Pianist, orkest en dirigent oogstten er terecht een staand applaus voor, aldus de gedragsbeschrijving van het publiek door de radiocommentator.

SYRENEN

De voorgeschreven medewerking van een vrouwenkoor in het derde deel van Debussy's Nocturnes - dat daarmee de 'rol' van de Grieks-mythologische Syrenen vervulde - voerde op deze avond het Nationaal Jeugdkoor ten tonele, Aangezien het een beetje 'zonde' zou zijn om het koor alleen in dit compositiedeel te laten acteren ging Poulenc's Litanies voor de Zwarte Madonna eraan vooraf. Programmeren veronderstelt ímmers ook het beschikken over enige 'repertoirehandigheid'.

Zowel in Poulenc's evocatieve Litanies als in het zinnelijke slotstuk van Debussy's Nocturnes bleek het koor over een heel arsenaal van vocale uitdrukkngsvormen te beschikken - geen constant wapper-vibrato zoals zo vaak - die de muziek recht deed. Of het nu was in de hoofdrol met tekst (Poulenc) of als vocaal orkestinstrumentarium zónder tekst (Debussy).

 

Al met al was het concert een voortreffelijk openingsschot van zowel de serie De Vrijdag van Vredenbrg als van de Franse/Debussyserie daarbinnen.

ROB VAN DER HILST