Bach vervolmaakte zijn eigen 'Dritter Theil der ClavierÜbung'
Oplossing voor een controverse: Pièce d'Orgue (BWV 572)
Van alle zogeheten ‘vrije’ orgelwerken van Johann Sebastian Bach - muziekstukken voor orgel die niet op een kerklied(-melodie) zijn gebaseerd – is het Pièce d‘Orgue in G-grote terts (BWV 572) wel een van de meest bijzondere. Het wijkt in vrijwel alles af van wat wij als 'gewoon Bach' beschouwen. Geen wonder: Bach droeg er een 'hoorbare' oplossing mee aan voor een eertijds hoogoplopende theoretisch-praktische componistenruzie.
Over Bach's beroemde toccata
De toccata en fuga in d-kleine terts (BWV 565) van Johann Sebastian Bach geldt als een van de bekendste en meeste populaire werken van de componist. Met de toccata (de finale) van Charles-Marie Widor's vijfde orgelsymfonie en Messiaen's 'Dieu parmi nous' (in feite ook een toccata in de grote Frans-romantische orgeltraditie) geldt Bach’s deemol zoals organisten dit temperamentvolle orgelstuk plegen aan te duiden, als het welhaast beste specimen van zijn soort.
Maar hoe komt het toch dat dit briljante en virtuoze speelstuk slechts heel zelden te beluisteren valt in kerk en concertzaal?
Recensies
Recensies